Dag voor de Republiek (2)

Vier weken na dato mijn verslag, maar beter laat dan nooit zeker.
Op de dag van de arbeid, 1 mei jongstleden, organiseerde de Gentse afdeling van het Masereelfonds i.s.m Axigroep Pruuke Dossche en het Ministerie van Agitatie de Dag voor de Republiek met ‘uitdagende beschouwingen over republikeinse alternatieven’ en de gewaardeerde medewerking van de CRK.

Wat mij betreft was de Dag voor de Republiek een ontgoocheling. Er was ten eerste de lage opkomst, een twintigtal mensen. Dit kon natuurlijk aan het erg zomerse weer van die dag toegeschreven worden, al getuigde de promotie van de activiteit ook niet meteen van veel organisatorisch professionalisme. Op verschillende websites (Indymedia, Noord-Zuid e.a.) werd wel reclame gemaakt en er zullen ook wel een aantal flyers verspreid zijn, maar er was één punt waar er een beetje geflaterd werd. Bij de verschillende aankondigingen stond steeds het webadres http://www.dagvoorderepubliek.tk vermeld, maar daar was er niets terug te vinden. Later werd aangekondigd dat de on line info op http://www.dagvoorderepubliek.be/ terug te vinden zou zijn vanaf 25 april, maar nog steeds niets. Op 28 april tenslotte werd bekend gemaakt dat de website bereikbaar was via http://users.telenet.be/dagvoorderepubliek/ Weinig mensen die erover vallen, maar het was misschien niet onnuttig dit eens te signaleren.
De nieuwe vlag die op vrijdag 29 april en eveneens te Gent werd voorgesteld, viel mij op het eerste moment wat tegen, maar dit veranderde in positieve zin nadat de idee erachter langzaamaan tot mij doordrong. Al had het natuurlijk misschien iets origineler gemogen. Een verslag met foto’s vindt u op http://gent.blogt.be/2005/04/29/vlag-voor-de-republiek.
Toch was niet enkel de opkomst een ontgoocheling. Van een namiddag waar op uitdagende wijze beschouwingen en gedachten worden uitgewisseld over republikeinse alternatieven had ik iets meer verwacht en op zich leende de lijst van sprekers er zich daar wel toe. Mevrouw Gerlinda Swillen, voorzitster van het Masereelfonds, mocht van wal steken, wat ze vrij aardig deed. Haar rede was kritisch en bij momenten cassant.
Vervolgens mocht de Nederlandse dr. Andre Mommen het spreekgestoelte bestijgen. De man was blij dat hij zijn land net op Koninginnedag kon ontvluchten en op een republikeinse activiteit mocht gaan spreken. Met alle respect voor de man, maar veel meer dan een herhaling van zijn overigens zeer interessant historisch artikel in het Vlaams Marxistisch Tijdschrift was zijn tussenkomst niet. De academici volgden elkaar in sneltempo op want de afwezige prof. dr. em. Lode Van Outrive liet een tekst voorlezen rond het concept ‘staatshoofd’. Een politicologisch interessante vraagstelling, net als deze van dr. José Fontaine. Hij verbaasde mij met zijn vergelijking tussen het staats- en volksnationalisme. Waar hij het staatsnationalisme van Frankrijk, Spanje, Duitsland en ook België gelijkschakelde aan oorlog en de logica van het geweld, pleitte hij voor het volksnationalisme van Vlamingen, Walen en Québécois als een ‘nationalisme de contestation’. Dit nationalisme maakte gebruik van democratische middelen en de kracht van de overtuiging omdat zij moeilijk een meerderheid kunnen bereiken terwijl het staats/oorlogsnationalisme uitgaat van een unanimiteit. Hij besloot zijn betoog met een citaat uit de Franse Grondwet dat de staatssoevereiniteit toebehoort aan het Franse volk (art. 3) en het volk, besloot Fontaine, dat is niet de monarchie, dat is de republiek.
Halverwege wist organisator Marc De Cadt mij met verstomming te slaan door een veel te lang uitgesponnen discours te houden over de X-dossiers en te besluiten dat ter herdenking van de Witte mars 10 jaar geleden er een Rode mars op Brussel moet gehouden worden om de oprichting van een Waarheidscommissie te eisen. Niemand kan een organisator natuurlijk ervan weerhouden zijn persoonlijke dada’s naar voren te brengen, maar persoonlijk vond ik dit op zijn minst niet passend.
De uitverkoop van academici ging weer verder toen prof. dr. Marc Boone, historicus van de UGent, zijn discours ten berde bracht. Als historicus was zijn verhaal mij niet onbekend, al kan het zeker eens interessant zijn voor mensen die niet zo vertrouwd zijn met de Gentse geschiedenis. Kort samengevat was zijn stelling dat het democratisch gehalte in het 12e eeuwse Vlaanderen hoger was dan in het tegenwoordige koninkrijk België. De stedelijke macht ging inderdaad zo ver dat met de vorst een contract werd afgesloten (een idee die later in de Verlichting terug werd opgepikt: le contract social van Rousseau) en wanneer deze niet meer aan hun goedkeuring voldeed zijn C4 kreeg (zoals effectief het geval was met het veto van de Gentenaars tegen Willem Clito). Het democratisch gehalte van de middeleeuwse steden was dan ook weer erg relatief door de macht van de patriciërs en de gilden. In de 16e eeuw (1577-1584) bewees Gent zich met de Calvinistische Republiek opnieuw als een bakermat van het republikeinse denken in België. Politieke historici kwamen echt aan hun trekken die namiddag, als was het opnieuw een ‘nil nobi sub sole’ wanneer Fons Lanslots de Zapatistische strijd en de daaruit volgende stadsrepubliekjes kaderde binnen een republikeinse reactie op het Mexicaanse Keizerrijk. Net als bij Boon allemaal zeer interessant, maar weinig uitdagend en nog steeds weinig gehoord over republikeinse alternatieven.
Ook onze eigenste CRK kwam aan bod met eerst een tussenkomst van Nadia Geerts waaruit ik vooral onthoud dat de republikeinse strijd niet mag opgegeven worden, hoe moeilijk en lang de weg ook is. En ook al is de republiek misschien niet voor morgen, misschien niet voor onze kinderen of kleinkinderen, de strijd is niet nutteloos want het is en blijft een strijd voor de democratie. De tweede CRK’er aan het woord was Philipp Bekaert die een aantal vragen uit het publiek mocht beantwoorden. Op de vraag ‘welke krachten ?’ de CRK verenigd, luidde het antwoord dat de Republikeinse Kring iedereen, ongeacht maatschappelijke invloed, verwelkomt die democratisch een republiek voorstaat. Over de politiek invloed van de CRK wist Philipp te zeggen dat ze in principe geen invloed heeft, maar wel de politici poogt te stimuleren. Ook de klassieke vraag van de Staatsveiligheid kwam aan bod, waarbij opgemerkt werd dat dit eigenlijk een normale zaak aangezien de kring de monarchistische staat in vraag stelt. Anderzijds is ze wel te verzoenen met het Universeel Verdrag voor de Rechten van de Mens. Tenslotte vroeg iemand in het publiek zich af of een republikein überhaupt kan werken voor de staat o.m. omwille van de eed aan de koning. José Fontaine hielp onze woordvoerder door te stellen dat de koning steeds gedekt moet worden door de regering en deze de eigenlijk overheid vormt, waarbij een eed als ambtenaar dan gezien kan worden als een eed aan het land en de overheid.
Kort samengevat waren de tussenkomsten bij momenten zeer interessant, maar de ‘beloofde’ uitdagende beschouwingen over republikeinse alternatieven bleven uit. Misschien hadden afwezige sprekers als Ludo De Witte (auteur van “De Moord op Lumumba”) en Roel Jacobs (Brussel-kenner met een eigenzinnige visie) dit wel kunnen bieden, maar dat zullen we nooit weten. De eveneens aangekondigde intermezzi van muziek, filmfragmenten en interviews bleven eveneens uit. De gedichten van Herman J. Claeys en het Ministerie van Agitatie vingen dit echter op een aangename manier op.
De namiddag werd besloten met de uitreiking van een aantal prijzen. Ten eerste was er de prijs Creeser / Prix Guelard (referentie naar de Gentse stropdragers), blijkbaar een prijs voor de directe basisdemocratie, waarvan ik me eveneens afvroeg wat deze op een Dag voor de Republiek deed. For the record even vermelden dat deze enerzijds ging naar Arthur Dedecker en Annie Van Oostende, die strijden voor een referendum over de decentralisatie van het stadsbestuur naar de wijken, en anderzijds overhandigd werd aan een afgevaardigde van de arbeiders van Splintex uit Fleurus, omwille van hun 108 dagen durende staking. De tweede prijs was de prijs voor de republikeinse verdienste, voorlopig de Louis de Potter-prijs genaamd. Deze kwam enerzijds toe aan AGALAV-senator Eric Gryp die ten tijde van de kleine koningskwestie n.a.v. de abortuswet als één van de eersten bezwaren uitte tegen de “grondwetsvervalsing van de regering Martens om de dynastie te redden”. De Axigroep De Stouten Oostendenaer kreeg als tweede de Louis de Potter-prijs omwille van het vandaliseren van royalistische monumenten. Tot slot kregen we nog mee dat de Dag voor de Republiek tot een jaarlijks evenement wil uitgroeien en plant de tent volgend jaar in Brussel op te zetten.

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.