#FFGent13: impressies halfweg

Maandag 14 oktober, het Filmfestival is halfweg en ik zit zelf ook in de helft van mijn programmaselectie. Met vier langspeelfilms en 15 kortfilms achter de kiezen is het geen slecht idee om even kort te bespreken wat ik al screende. Ik zal me hier beperken tot de langspeelfilms, de kortfilms die ik zag op de EFA 2012-2013 Nominated Shorts komen later deze aan bod op deze blog.

The Retrieval [3/5]

1864, de Amerikaanse Burgeroorlog woedt nog volop en in de zuidelijke staten is slavernij nog steeds wijdverbreid. In die context werken de 13-jarige zwarte jongen Will en zijn oom Marcus in opdracht van de blanke premie/slaven-jager Burrell. Als een soort van “jachthonden” gaan zij op zoek naar voortvluchtige zwarte slaven om die vervolgens over te laten aan de willekeur van Burrell. De openingsscène stelt meteen één van de kernthema’s van de film scherp, namelijk hoe mensen zich voor de kar van hun objectieve vijand laten spannen om hun eigen groepsgenoten naar de afgrond te leiden. Het kwam reeds aan bod met Samuel Jacksons personage Stephen in Django Unchained en het doet me onwillekeurig ook denken aan de Judenpolizei in het getto van Warschau. The Retrieval draait vooral rond het in de val lokken van de voortvluchtige Nate en hoe de jonge Will slingert tussen schuldbesef en de beloning die op hem wacht. Regisseur Chris Eska weet er in de 90 minuten een best wel onderhoudende film uit te puren, ook al is het scenario nogal dunnetjes. Behalve het eerder genoemde thema wordt er vooral gefocust op de vader-zoon-relatie die Will en Nate ontwikkelen en is het logisch, maar toch wat storend hoe derde-wiel-aan-de-fiets Marcus uit het verhaal wordt geschreven. Los daarvan haalt Eska het maximum uit zijn quasi onervaren acteurs. Vooral Tishuan Scott als Nate is een revelatie. Daarnaast weet hij de ongelooflijk ongerepte en desolate stukjes natuur in “zijn” Texas perfect in beeld te vatten. Door de sleutelmomenten van het verhaal op de uiterste momenten van de dag te plaatsen zien we de natuur op z’n mooist. Ondanks de -weeral- overbodige slotscène verdient The Retrieval toch nog drie sterren.

A Touch of Sin [3/5]

Hoewel er in de aankondiging duidelijk stond dat je geen Chinese Pulp Fiction-variant hoefde te verwachten, waren er achteraf stemmen te horen dat dit toch geen Tarantino was. Wat baten kaars en bril… . Al begon de film voor de fans van excessief geweld wel uitstekend. Een met Chicago Bulls muts getooide motorrijder wordt langs een Chinese bergpas bedreigd door drie met bijltjes bewapende snaken. Koelbloedig haalt hij een pistool tevoorschijn en voor ze het goed en wel beseffen liggen ze te week in een plas bloed. Volgens de regels van de kunst heel expliciet en met zin voor ‘splatter’ in beeld gebracht. Dat geldt ook voor de andere uitbarstingen van geweld die telkens het culminatiepunt vormen van één van de vier levensverhalen die de iets meer dan twee uur durende film rijk is. Regisseur Zhangke Jia verklaart zelf dat de schrijnende verhalen uit het dagelijkse leven van het moderne China gegrepen zijn. Een vakbondsvertegenwoordiger die geen gehoor vindt voor zijn aanklacht tegen de corruptie in het mijnbedrijf en het lokale bestuur, een receptioniste van een sauna en massagesalon die vernedert en misbruikt wordt, een dagloner die zijn toevlucht zoekt in de criminaliteit om zijn gezin te onderhouden en een tiener die wanhopig van job naar job moet springen. Zhangke Jia neemt telkens de tijd om zijn personages de karikatuur te laten overstijgen en hun ultieme toevlucht tot een vorm van geweld heel aannemelijk te maken. A Touch of Sin is én blijft Chinese cinema, een vleugje beschouwende filosofie of kleurrijke beeldspraak is dan ook nooit ver weg. Dat voor een deel van het publiek de betekenis van sommige scènes, zoals het slot, de mist in gaat, is dan maar een spijtige nevenwerking. Los daarvan blijft de film een opmerkelijke aanklacht tegen de wantoestanden in een snel veranderende Chinese maatschappij. Drie sterren die er bijna vier waard zijn.

Blue Ruin [5/5]

Aangekondigd als een met gitzwarte humor doorspekt wraakepos in de beste traditie van de Coen Brothers overtrof de tweede langspeler van regisseur/schrijver Jeremy Saulnier ruimschoots alle verwachtingen. Er waren daarbij, zelfs niet onterecht, vergelijkingen te horen met No Country For Old Men. Het verhaal draait rond zwerver Dwight, geniaal vertolkt door Macon Blair, die te horen krijgt dat Wade Cleland, een veroordeelde moordenaar, vrij komt uit de gevangenis. Dwight wekt zijn roestige blauwe Pontiac (vandaar de titel Blue Ruin) weer tot leven en vertrekt op een wraaktocht waarvan het waarom ons met mondjesmaat duidelijk wordt. Het zou zonde zijn om meer van de plot hier al prijs te geven. Want de uitstekende getimede en verrassende ontwikkeling van het scenario is meteen ook de grootste forte van de film. Dat en de talrijke hilarische momenten, met als pijnlijk hoogtepunt de DIY-operatie op zijn met pijl doorprikte been. Blue Ruin en regisseur Saulnier doen hun tot de tanden gewapende best om dé revelatie van 2013 te worden en met een budget (volledig met eigen kapitaal en crowd funding nota bene) dat net genoeg was om het wapenarsenaal te huren zou dat niet meer dan een huzarenstuk zijn. En mocht het nog niet duidelijk zijn, wapenbezit is een thema in deze prent. Een boodschap waarvoor ik met plezier mijn volledig arsenaal sterren in de strijd gooi.

Mayor [2/5]

Corruptie, alcohol, politiegeweld, mistroostige steden en gezichten op half zeven. Bij die opsomming denk je al snel aan Rusland en aan die elementen ontbreekt het ook niet in Mayor. Sergey Sobolev, een ambitieuze politie-inspecteur, wordt verwittigd dat zijn vrouw aan het bevallen is. Hij haast zich over de spekgladde Russische wegen naar de kraamkliniek en lapt daarbij de verkeersveiligheid deskundig aan zijn politielaars. Je ziet het noodlot, in tegenstelling tot de acteurs, al van ver afkomen. Sobolev stuurt aan hoge snelheid de kleine straatoverstekende Kolja naar de eeuwige toendra. Als quasi automatische reflex sluit hij de hysterische moeder Irina Gottorova op in zijn auto en belt zijn collega op om het zaakje te regelen. Alleen ontspoort de oplossing nogal en wanneer er doden vallen krijgt Sergey als door de hand gods geslagen last van zijn geweten. Regisseur/schrijver/acteur Yuri Bykov maakt er weliswaar een vlot kijkstuk van, overtuigen doet het nooit. De Russische geest is natuurlijk ondoorgrondelijk, maar je kan je toch vragen stellen bij de bordkartonnen personages die uit een doosje prominent op de voorgrond verschijnen, maar even snel weer verdwijnen. Een commissaris die eerst op de achtergrond wat moppert, maar dan onbaatzuchtig de kogels gaat opvangen; een slachtoffer die de inspecteur eerst naar het leven staat, maar als hij voor haar deur staat blindelings gaat vertrouwen; de bevalling die de aanleiding is voor de film, maar waar tot op het einde niet meer aan gerefereerd wordt… je zal die vrouw maar zijn. Mijn sympathie voor de Russische cinema maakt de ontgoocheling des te groter en helpt de film nog net aan twee sterren.

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.