Verslag seminar ‘Nationaal Archief joins Flickr The Commons’

Wie een beetje de vinger aan de digitale pols houdt, kent Flickr vast en zeker als een website waar je eenvoudig je foto’s wereldwijd kan delen en de iedereen elkaars foto’s van trefwoorden (tags) en commentaren kunnen voorzien. Flickr werd na de lancering in 2004 razendsnel populair en bevat op vandaag meer dan drie miljard foto’s. In het begin van 2008 ontstond uit contacten tussen Flickr en de Library of Congress een specifiek kader voor publieke fotocollecties, Flickr The Commons. In de loop van vorig jaar sloten wereldwijd een tiental erfgoedinstellingen zich aan bij het initiatief. Het Nationaal Archief van Nederland was het eerste archief in de Lage Landen dat partner werd van The Commons. Op 4 november stelden ze hun pilootproject voor op een studiedag in het Natuurhistorisch museum van Rotterdam. Voor VVBAD ging Tom Cobbaert van het ADVN alvast een kijkje nemen.

Voor een goed gevulde zaal stak projectleidster Judith Moortgat van het Nationaal Archief van wal met het kaderen van het project binnen Beelden voor de Toekomst. Dat initiatief heeft als uitgangspunt 1,2 miljoen foto’s uit de Nederlandse erfgoedcollecties te digitaliseren en van metadata te voorzien. Om te onderzoeken hoe het brede publiek eventueel kan ingezet worden om die metadata toe te kennen, ging het Nationaal Archief in zee met Flickr The Commons. Die participatie heeft op zijn beurt als doel fotocollecties van het Nationaal Archief breder en internationaal beschikbaar te stellen en te verrijken met informatie van gebruikers. Daarenboven wil het project publieke participatie bevorderen en kennis delen over social tagging bij archieven.
Als eerste proef werden eind oktober 2008 een 400-tal foto’s online geplaatst. Na twee weken tijd waren de foto’s al 300.000 keer bekeken en van 400 commentaren voorzien. Een cijfer dat eind december weliswaar werd afgezwakt tot 250 commentaren, al waren de foto’s toen al 650.000 keer bekeken en circa 1400 tags toegekend. In het zes maand durende pilootproject zal worden onderzocht of de commentaren en tags enig kwalitatief nut hebben, of het mogelijk is die commentaren en tags te importeren in de beeldbank van het Nationaal Archief en hoe de gebruikers de gedeelde foto’s hergebruiken in bijvoorbeeld mash-ups.

Na Judith Moortgat kwam George Oates, lead designer van Flickr en drijvende kracht achter The Commons, aan het woord. Uit een cijfermatige schets van Flickr concludeerde ze dat Flickr, als website met meer dan 30 miljoen geregistreerde gebruikers, een interessante manier is voor archieven om nieuw publiek aan te spreken. Die grote en actieve community was, naast de beproefde infrastructuur (met een capaciteit van meer dan 8,5 miljard foto’s) en de toegankelijkheid in acht talen, dan ook de voornaamste reden waarom de Library of Congress met Flickr ging samenwerken. De auteursrechten vormden echter een obstakel. Als collectievormende instelling had de Library of Congress niet de rechten voor alle stukken in haar collectie en was het onmogelijk om de rechten van al die stukken na te trekken. Omdat geen enkele licentie binnen Flickr of Creative Commons een optie was, werd er een nieuwe richtlijn gecreëerd: “No Known Copyright Restrictions”. De juridische implicaties hiervan waren echter onduidelijk en zorgden voor stof tot discussie in het afsluitende panelgesprek.
Uit haar ervaring met de deelnemende instellingen distilleerde George Oates vervolgens drie redenen voor archieven om te participeren in The Commons. Een betere toegankelijkheid van de publieke fotoarchieven door de verschillende doorzoekopties van Flickr, informatie verzamelen over je publieke collectie en de gedeelde feedback over het hergebruik van je foto’s in bv. mash-ups. De vraag of de publieke inbreng niet te lijden had onder veel “ruis” bracht haar opnieuw bij de Library of Congress. Zo werden in de eerste 60 uur na de lancering van The Commons meer dan 20.000 tags toegekend aan de circa 3.000 foto’s. Hoewel deze tags niet allemaal even waardevol zijn, stelde Oates dat in Flickr The Commons “metadata creation has been democratized”.

Fiona Romeo van het National Maritime Museum (NMM) in Greenwich kwam eveneens een enthousiast verhaal ophangen over de ervaringen van het NMM met The Commons. Net als de vorige sprekers haalde zij het aanboren van een nieuw publiek, het toevoegen van informatie aan de collectie en de feedback van het publiek aan als voornaamste redenen voor deelname aan The Commons. Het gebruikerspubliek, dat zeer internationaal was, zorgde daarenboven voor een zekere vorm van “localization” van de beeldbank door de meertalige tags die werden toegekend aan foto’s. Verder haalde ze een interessant probleem aan omtrent tags die door andere gebruikers als ongepast of beledigend werden ervaren. Zo was er enige commotie rond de tag “eskimo”, die een aantal gebruikers ongepast vonden, terwijl een andere groep gebruikers dit als een algemeen aanvaarde benaming voor de Inuit beschouwde.
Opmerkelijk was ook haar verwijzing naar de nieuwe verbindingen die gebruikers leggen tussen uiteenlopende collecties van het museum, collecties van andere instellingen en zelfs hedendaagse fotografie. Op die manier krijgen historische fotocollecties een hedendaagse relevantie door de link met het persoonlijk leven van de gebruikers. Hoewel deze verbindingen zelden nuttig waren voor de beschrijvingen, leverden ze extra argumenten om overheden te overtuigen van financiële injecties.

De paneldiscussie viel uiteen in een drietal discussiethema’s. Er werd eerst uitgebreid ingegaan op de voorlopige onderzoeksresultaten van het Telematica Instituut omtrent social tagging voorgesteld door Mettina Veenstra. Daaruit bleek onder meer dat studenten een collectie makkelijker kunnen doorzoeken aan de hand van zelf toegekende tags. Die metadata bleken trouwens weinig “ruis” te bevatten. Verder onderzoek van het Nationaal Archief zou nog moeten uitwijzen in hoeverre dit ook opgaat voor Flickr The Commons en of deze tags ook gebruikt kunnen worden in de eigen beeldbanken. Het tweede thema zou rond het perspectief van het archief draaien, maar Peter van den Doel werd als directeur van Spaarnestad Photo voornamelijk belaagd over de lage resolutie van een aantal fotocollecties in Flickr The Commons. De derde discussie draaide voornamelijk rond het ‘No Known Copyright Restrictions’-model van Flickr The Commons. Juriste Annemarie Beunen van de Koninklijke Bibliotheek wees op de onduidelijkheid van dit model. Zo zijn er volgens haar maar weinig archieven die het auteursrecht hebben op de stukken die ze bezitten, tenzij ze schriftelijke toestemming hebben. Alle instellingen vullen het ‘no known copyright’-model dan ook volgens hun eigen voorwaarden in, zodat het voor de gebruikers vaak onduidelijk is wat de gevolgen zijn voor gebruik van de afbeeldingen. Verder kwam ook de problematiek van de “orphan works”, werken met een onbekend auteursrechtstatuut, aan bod. Bij massale digitalisering is het voor archieven een onbegonnen taak om de rechthebbenden van deze stukken te achterhalen. Een aanpassing van het auteursrecht leek daarbij de enige oplossing. Martin Berendse besloot de discussie en de studiedag met de redenering dat het Nationaal Archief als overheidsinstelling de wet simpelweg niet kan breken. Anderzijds is op dit moment de inspanning te groot om de wet niet te breken. Het verhindert zelfs dat er foto’s online komen.

Een maand na het studiedag publiceerde de Library of Congress het rapport van hun pilootproject bij Flickr. Een betekenisvolle publicatie omdat het instituut als pionier het meeste ervaring heeft met The Commons. In de conclusies weerklinken gelijkaardige argumenten als op de studiedag: significante toename van publieke bekendheid en aanwezigheid van de Library of Congress en collecties, creatieve interactie met de collecties stimuleerde en het personeel ervaring laten opdoen met social tagging en communities.

Verslagen, foto’s, videos en presentaties: http://research.imagesforthefuture.org
Library of Congress Report on Flickr Pilot: http://www.loc.gov/blog/?p=394
Flickr The Commons: http://flickr.com/commons

[Dit artikel verscheen oorspronkelijk op de website van de VVBAD en in verkorte vorm in VVBAD-Info, 2009-2]

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.