De koninklijke spoorwegen

Het hoofdwerkmiddel van een archivaris zijn documenten (papieren of digitale) en inherent aan een document is dat het een inhoud bezit. Dat is meestal interessant, al durven er ook wel eens saaie brokken tussen zitten. Soit, het toffe aan het archiveren is dat je met documenten uit alle tijden werkt, en in mijn geval vooral recente, met uiteenlopende onderwerpen. Maar genoeg gezeverd, gisteren stootte ik tijdens het werk op een krantenknipsel uit De Standaard van 8-9 september 1990. Een artikeltje over een onderwerp die vooral de spoorwegfanaten onder de bezoekers zal interesseren: de koninklijke trein en het koninklijk station.

De koning en zijn trein

Wat doet onze vorst als hij bv ter gelegenheid van zijn zestig jaar en zijn veertigjarige bewind even per spoor wil rondreizen? Laat hij treinkaartjes bestellen? Gaat hij van zijn paleis in Laken naar het station van Laken of naar Brussel-Noord? Prangende vragen waar we dank zij Open Monumentendag een duidelijker antwoord op weten.
Want een van de blikvangers in Brussel is ongetwijfeld de koninklijke trein met treinstellen van Leopold II en van Albert I. Niet deze van Boudewijn dus, want die blijft in de “Koninklijke Remise van Brussel”, eigenlijk op het grondgebied van Haren, staan.
Zo de koning dat wil, spoort de koninklijke trein, bestaande uit een lokomotief en drie hofrijtuigen, richting Laken en roept de kaartjesknipper weldra: “Het volgende station is Laken-Koninklijk Park”. [voor de geïnteresseerden, het station ligt op Lijn 28, meer info hier, TC] Daar staat inderdaad een heus stationnetje, enkel en alleen voor mogelijk vorstelijk gebruik.
Het mag een wonder heten dat dit kleinood, eigenlijk een spoorwegtempeltje met koninklijke allure, er nog staat. Het is mogelijk aan de aandacht ontsnapt van voormalig Verkeersminister De Croo toen deze tientallen kleine stationnetjes opdoekte en liet afbreken omdat ze volgens hem niet langer rendabel waren.
De koninklijke trein die zaterdag 8 september en zondag 9 september in het Noordstation op de sporen staat, dateert nog uit de tijd van Leopold II en Albert I, twee vorsten die altijd veel aandacht hadden voor het spoor. 25 jaar geleden werden de buitenkasten weer in hun oorspronkelijk bruine kleur met beige bies gestoken terwijl de lokomotief in het paars werd herschilderd, naar de oorspronkelijke kleur van het type-model MacIntosh.
Een buitenkansje dus om dezer dagen in het Brusselse Noordstation kennis te maken met drie vorstelijke wagons. [een kleine zoektocht bracht nog een gelegenheid in september 2002 aan het licht bij het evenement “La gare de Namur en fête” en een fototentoonstelling in het voorjaar van 2004, TC]. Nummer 1, het “konferentie-restauratierijtuig A2” werd in 1905 in Frankrijk gebouwd. Oospronkelijk stond er een lange tafel in het midden in rijrichting om vorstelijke banketten te organizeren. Later werd alles dwars herschikt en kregen de stoelen en kastjes het porseleinen monogram A, van Albert.
De koninklijke Berline A1 is minder streng dan A2. Ook dat rijtuig, van 1901, werd door de Fransen afgeleverd. Men slaagde erin in deze ruimte toch diverse stijlen als Art Nouveau en Louis XVI samen te brengen. De kern van deze wagon is een salon, met daarnaast gangen en zit-slaap-vertrekken. En dan is er het salon-eetplaatsrijtuig B1 dat in 1912 in gebruik werd genomen en waarvan de twee platformen later in Art Deco-stijl werden opgesmukt. De eetkamer heeft een gul versierde houten lambrizering en een beschilderd plafond. Om zeker eenheid van stijl te vermijden, werden er Louis XV meubelen neergezet.
Hoe zet een koninklijke trein zich in beweging? Welke reglementen gelden? Niets is aan het toeval overgelaten, want er bestaat een roze boekje waarin alle mogelijke voorschriften zijn verzameld. Daarin is o.m. bepaald dat de dienst Exploitatie de uurregeling opstelt en die op roze papier drukt, waarna de belanghebbende overheden worden verwittigd om het normaal verloop van de rit te waarborgen.
De dienst van de Baan is belast met de bevlagging en versiering van de stations en het uitrollen van de rode loper in de plaatsen waar de vorst zou kunnen uitstappen; daarbij wordt er ook op gelete dat de neerklapbare voettrede precies ter hoogte van de rode loper zal staan, want stel je voor dat de koning uitstapt en een zijpas moet maken om de loper niet te missen. Het stoppen op een vooropgestelde plaats vergt jarenlange oefening, verzekeren de betrokken diensten ons.
De koning houdt zijn trein niet voor zich alleen. In 1945 was die trein helemaal naar Parijs gestuurd om er de Gaulle te gaan ophalen voor zijn bezoek aan ons land. Onder de hoge gasten die eveneens met deze trein spoorden, noteren we verder wijlen de Joegoslavische president Tito (1970), wijlen de Franse president Pompidou die er in 1971 mee van Brussel naar Luik spoorde, wijlen de Japanse keizer Hirohito die in datzelfde jaar van Brussel-Centraal naar Antwerpen reed, wijlen de Roemeense president Ceausescu die in 1972 het trajekt Brussel-Aarlen-Charleroi en Brussel-Luxemburg deed. [de laatste officiële rit van de meest recente Koninklijke Trein, die van Leopold III en Boudewijn, is al van 1976 geleden, TC]
Het waren glorierijke dagen, maar de jongste jaren werd de trein te oordelen naar de lijst van gebruikers maar weinig van stal gehaald. Wel wordt er maandelijks een onderhoudsritje mee gereden. Mogelijk komt er met autoloze zondagen een nieuwe carrière voor de koninklijke trein? (jr)

Van de koninlijke trein vond ik hier een foto. Deze werd in 1985 in het station van Leuven Brussel-Noord genomen. De trein werd toen niet publiekelijk voorgesteld. Maar wat mij persoonlijk eigenlijk nog meer fascineert, is het koninklijk station …

2 Reacties

  1. Verdorie ge hebt gelijk … mijn kritische geest was even afwezig bij deze … het is idd overduidelijk BXLN ! De site waarnaar ik link zegt evenwel Leuven. Kzal het meteen aanpassen.

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.